Eetbare binnenjungle

 

In de winter bloeit er buiten niet zoveel. Maar op je eigen vensterbank ook soms wat fleurigs te oogsten. Een van mijn lievelingsplanten op de vensterbank is namelijk de stippenbegonia en die bloeit gewoon de hele winter. Als je tenminste niet net als ik de fout bega om de begonia in september te verpotten en eens flink terug te snoeien. Dus nu zit ik deze winter zonder bloemetjes. Jammerrrr. Verpotten doe je het beste in het voorjaar. Dat weet toch iedere kanerplantenliefhebber!

Dit is een detail van een ‘stekjesboom’. Ik maakte deze schikking voor het bloemisten-vakblad  ‘Bloem & Blad’, als voorbeeld van een duurzame schikking met lokale materialen. Als basis maakte ik een bundel zonnebloemstelen die ik in een vaas klemde. De bundel heb ik versierd met flesjes met stekjes en andere natuur. Je kunt ook een flesjes-schikking maken op een dienblad op tafel. En daar dan stekjes in verzamelen. Zo heb je een mooie winterschikking op je tafel die lang meegaat. Als er worteltjes aan je stekjes komen geef je ze weg als zelfgekweekt cadeautje.

Op mijn vensterbanken heb ik een eetbare binnenjungle. Want de grote verrassing van die prachtige bladbegonia zijn de eetbare bloemen!  Een bonus. Er zijn meerdere soorten bladbegonia’s maar ook andere soorten kamerplanten hebben eetbare bloemen en/of blaadjes. Mits biologisch gekweekt of al twee jaar op de vensterbank. Voorbeelden hiervan zijn de kamerlinde, de Chinese roos en alle soorten orchideeën en geraniums. Het blad van de citroengeranium is bijvoorbeeld heerlijk in de thee. Die zit ook in bovenstaande stekjesboom. Geef je liefde voor kamerplanten door door middel van stekjes van eigen teelt!

Wil je meer weten over eetbare natuur? Bestel hier een boek voor jezelf of geef het aan iemand cadeau!

Bloementhee

De hele zomer pluk ik eetbare bloemen uit de tuin en leg ze te drogen op een roostertje. Rozen, malva, goudsbloemen, viooltjes, lavendel, korenbloemen en ook kruiden als munt, eucalyptus en verveine. Een deel van de oogst gebruik ik vers in de thee of op het eten en de rest droog ik. Het is super eenvoudig waarbij het niet om de kwantiteit gaat maar om de kwaliteit. Het plukken is al heerlijk om te doen want de geur komt dan meteen vrij. Puur genieten! 

Een experiment was het drogen van tulpenbloemen. Ik bestelde biologische tulpen bij de bloemist. Het grootste plezier was natuurlijk om er lekker naar te kijken. Kun je ook zo genieten van een grote vaas tulpen op tafel? Omdat (bio) tulpen ook eetbaar zijn, kun je er ook één offeren om er een voorgerechtje mee te maken of om fijngeknipt de salade mee op te vrolijken. En als je bio-tulpen beginnen te verdorren, droog je de bloemen hangend in bosjes. Gemengd door de zelfgeteelde bloementhee geniet je zo een tweede keer van jouw tulpen. Biologisch is goed voor de biodiversiteit en duurzaam. Doe je (eetbare!) bloemen in de thee, niet in de gft!

De hele winter geniet ik van mijn zelfgeplukte gedroogde kruiden- en bloementhee. Maar in de winter is er ook verse thee te plukken: de wintergroene tijm, eucalyptus, rozemarijn en salie. Goed tegen verkoudheid. De natuur geeft je precies wat je nodig hebt, als je je er een beetje in verdiept. Heb je geen tuin, koop dan zakjes gedroogde thee. Schik ze in mooie glazen potjes op een dienblad met andere natuurschatten tot een mooi geheel. Zo heb je mooie en duurzame natuur op tafel waarvan je heerlijke thee maakt voor jezelf en waarmee je je bezoek verrast. Serveer er zelfgemaakte bloemenbonbons bij voor nog meer bloemenplezier!

Vind je mijn (beeld)columns leuk? Klik hier voor meer. Deze beeldcolumn is eerder gepubliceerd in het tuinmagazine Stadstuinieren.

Slow Flowers

Slow Flowers

Mijn moeder zet de televisie pardoes, midden in het programma uit. ‘Ik heb ook geen tijd om zomaar televisie te kijken’ zegt ze. ‘En nu aan je huiswerk!’ ‘Dat heb ik al af’, lieg ik. ‘Dan werk je maar vooruit, hup naar boven jullie.’ Boos stamp ik samen met mijn zus de trap op om echt niet aan ons huiswerk te gaan. Je tijd nuttig besteden, snel en efficiënt werken, het is me met de paplepel ingegoten. Mijn ouders hadden een kwekerij met o.a. tulpen, bloemkool, kruiden en perkplanten en ook de eigen kinderen moesten altijd aan de bak. Iedereen werkte hard in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw.

In de jaren negentig, toen ik in het groene onderwijs was beland en nog steeds in de hoogste versnelling stond, ontdekte ik de slow beweging. The Slow Movement is een pleidooi voor langzamer leven. Voor mij was dat ‘slowen’ echt een verademing. Vertragen, daar had ik nog nooit van gehoord. Ik ontdekte dat alles wat je langzamer doet, meer kwaliteit krijgt. Door minder fouten creëer je meer rust en meer ontspanning. Als een missionaris predikte ik vervolgens de leer van het slowen. Het boek ‘Slow’ heb ik aan veel vrienden cadeau gegeven maar zelf had ik het natuurlijk het meeste nodig. En nog. Ik ben het slowen nog steeds aan het leren. Regelmatig betrap ik mezelf op haastig te lunchen terwijl ik een vrije dag heb. Eigenlijk ben ik vrij hopeloos. Ik bak er niks van.

De internationale Slow Food Movement, die streeft naar goed voedsel dat duurzaam is geproduceerd tegen een eerlijke prijs, is in 1989 opgericht. Nederland heeft zelfs een enthousiaste jeugdafdeling met een academy, waar ik helaas te oud voor ben. Maar er is nog zoveel meer uit te proberen en te leren op slow gebied: slow reading, slow work en misschien heb je wel eens gehoord van slow sex? Daar ben je nooit te oud voor en ik kan het van harte aanbevelen.

Voor mij als eetbare bloemenexpert is het netwerk Slow Flowers, in 2019 opgericht, natuurlijk het meest interessant. De leden van Slow Flowers zijn ruim 50 biologische bloementelers, pluktuinen en zo’n 10 detailhandel bedrijven. Je kunt veilig snoepen van de eetbare bloemensoorten zoals dille, dahlia’s, chrysanten, koriander en zonnebloemen. Heb je wel eens zo’n klein bloemetje van de sierui geproefd? Een smaakexplosie van pure natuur. De biologische seizoensbloemen van Slow Flowers krijgen alle tijd om te groeien en worden lokaal verkocht. Dat wil toch iedereen, zou je verwachten.

Maar de meeste mensen denken (nog helemaal) niet na over de herkomst en opkweek van hun kamer-, tuinplanten en het wekelijkse bosje bloemen op tafel. Gelukkig timmert Slow Flowers flink aan de weg dus de bedrijven zijn door hun informatieve website goed te vinden. Mooie stappen worden er hiermee gemaakt. Maar waarom komt het besef over mooie schone duurzame bloemen bij het grote publiek zo traag en sloom? Waarom, beste mensen, kan dat nou niet wat sneller? Schiet toch eens op met die Slow Flowers. Hup.

 (Column in Stadstuinieren 2-2023 door Anna Koster) Klik hier voor meer Stadstuinieren

In ‘Elke week bloemen op je bord’ heb ik naast de 52 eetbare-bloemen-beeldcolumns ook per seizoen een column geschreven:-)

Elke week bloemen op je bord

 

Het hele jaar eetbare bloemen plukken en proeven? Kan dat eigenlijk wel? Ja, dat kan! Mijn boek Elke week bloemen op je bord is het bewijs want in elke beeldcolumn staan ook de vers geplukte bloemen afgebeeld. Die heb ik in de desbetreffende week getekend en gefotografeerd. Eigenlijk is het best bijzonder dat je dus (als je het een beetje slim aanpakt qua beplanting van je tuin, balkon en vensterbank) het hele jaar door kunt genieten van zelf geplukte eetbare bloemen. Zelfs midden in de winter. Er zijn namelijk ook kamerplanten met eetbare bloemen. Misschien heb je die al wel in je huis staan maar heb je ze nog nooit geproefd!

KNNV Uitgeverij heeft het boek prachtig vormgegeven. De cover is heerlijk fleurig. Mijn handgeschreven teksten in de beeldcolumns zijn overgetypt en teruggeplaatst in een mooi ‘handgeschreven’ typeletter. Er zijn een paar algemene hoofdstukken over waarom je eigenlijk bloemen zou willen eten en hoe je weet welke bloemen je dan veilig kunt proeven. Elk seizoen wordt kort ingeleid en tussen alle beeldcolumns door staan ook nog vier columns. Heerlijk leesvoer voor het zogenaamde leunstoel-tuinieren. Aan het eind van het boek leg ik kort uit hoe je dat nou aanpakt, zo’n eetbare bloementuin of -balkon. Met verschillende top 5’s voor snelle starters.

Voor mij was dit boek een cadeautje. Het bericht van de uitgeverij dat ze weer een boek met mij wilde maken, kwam namelijk in een periode van mijn leven dat het nogal tegenzat met mijn gezondheid. Het maken van de tekeningen en de rest van het boek was een heerlijke afleiding en sleepte me door de moeilijke periode heen. Maar Elke week bloemen op je bord is ook een ideaal cadeautje voor jezelf of om weg te geven aan mensen die van de natuur houden, deze ook graag wat meer zouden willen proeven maar geen idee hebben hoe ze dit kunnen aanpakken. Elke week bloemen op je bord is vrolijk, creatief en laagdrempelig want staat vol met informatie en ideeën voor de eerste stappen naar meer natuur in je leven en op je bord. Fleur je eten op!

Bestel hier een gesigneerd exemplaar van ‘Elke week bloemen op je bord’

Lang leve de merel

Tijdens het koffie maken, in de keuken, kijk ik uit het raam. Ik zie een specht in het vogelbadje. Na het badderen vliegt de specht in de sierappelboom en schudt de veren even uit. Zo leuk. Vogels in de tuin zijn een genot om naar te kijken. Spreeuwen, boomklevertjes, winterkoninkjes, eksters, kauwtjes, heggenmusjes, tortelduifjes, ADHD-koolmezen, spechten en ook merels zijn regelmatig in mijn tuin te spotten. Ik hou van (bijna) alle vogels maar extra veel van merels en niet alleen omdat ze zo mooi kunnen zingen.

Precies 25 jaar geleden kwam ik hier wonen met mijn gezin en plantte (sier)kersen, (sier)appeltjes, perenbomen en kroosjespruimen in de toen nog lege tuin. Verder nog vele meters hagen, frambozen, bramen, botanische rozenstruiken, blauweregen, krentenboompjes, klimop en ander lommerrijk groen. Een oase van groen en niet voor ons alleen. Ook voor vele vogels zijn er nu volop heerlijke plekjes om te schuilen, te nestelen en te foerageren. Zo heb ik een grasveldje dat vol madeliefjes en paardenbloemen staat (die ik zelf oogst om op te eten). Daar hoppen vaak merels in de rondte om er lekkere vette wormen te scoren.

De merels zijn ook gek op mijn eetbare bloementuin. Opvallend vaak zie ik ze rondhuppen in mijn heerlijke bloemenjungle. Ze zijn mijn fans. Komt het door het mooie tuinontwerp dat lijkt op een halve ronde bloem? Komt het door het mooie afwisselende assortiment van kleurige en fleurige soorten eetbare bloemen? Of komt het door de mulch die ik op de aarde strooi? De merel houdt, net als ik, niet van een tuin met zwarte aarde. Ik observeer de merels of ze ook zo graag bloemen lusten als ik. En welke dan hun favorieten zijn. Maar nee. Ze kijken niet eens naar mijn eetbare bloemen. Geen moment. Ze hippen en wroeten de hele tijd alleen maar tussen de planten door. Nou ja, dat is ook wel prima want zo blijft de mulch-laag mooi luchtig. Helaas gooien de merels de rommel wel steeds op mijn paadjes. Dat is dan weer een beetje jammer.

Vijf jaar geleden hebben we mijn eetbare bloementuin aangelegd. De eerste jaren had ik veel last van slakken. Ik leer natuurlijk slow te zijn van die slakken, wat heel nuttig is voor mij, maar ze zijn verschrikkelijk als ze met tèveel zijn. Ik raap ze op, bedank ze voor hun wijze lessen, verzamel ze in een grote pot en breng ze voor een welverdiende vakantie naar de Beemster. Dit jaar heb ik echter bijna geen slakken. Komt dit misschien door het droge voorjaar? Nee, want ik hoor andere tuineigenaren wel klagen over slakken. Is er sprake van een natuurlijk evenwicht? Er loopt soms een egeltje in de tuin. En spitsmuisjes. Beide zijn dol op huisjesslakken. Maar wat doen die merels toch de hele tijd tussen mijn planten? Vinden ze daar soms wormen, torretjes en spinnetjes? Wat eten merels eigenlijk? De website van de vogelbescherming geeft me het antwoord. Merels zijn verzot op naaktslakken. Haleluja. Lang leve de merel.

 (Column in Stadstuinieren 4-2022 door Anna Koster) Klik hier voor meer Stadstuinieren

Je eigen boontjes doppen

SONY DSC

Het spreekwoord ‘ieder moet zijn eigen boontjes doppen’ is slechte reclame voor de boon. Zelfstandig zijn, is natuurlijk wel een kwaliteit maar anderen niet tot last mogen zijn, vind ik erg streng en calvinistisch. Is om hulp vragen niet juist een kwaliteit? Zelf ben ik chronisch stoer en nog steeds aan het oefenen om het calvinisme te verbannen en ‘gewoon’ hulp te vragen. Dat kan voor de vrager maar ook voor de helper zelfs leuk zijn. Juist bij het doppen van boontjes. Want boontjes doppen is een heerlijk karweitje om samen te doen.

Eerst even een bonenlesje. De teelt begint met het zaad wat dus een boontje is. Vrij snel na het zaaien (na half mei) zie je de eerste twee kenmerkende symmetrische blaadjes. De jonge plant groeit prachtig slingerend omhoog. Na een paar weken komen de geinige bloemetjes al en na bevruchting, de peulen. Soms eten we deze peulen als groente, bijvoorbeeld bij peultjes(!), sperziebonen, snijbonen en kousenband. Misschien ken je ook die geweldige donkerpaarse sperziebonen? Ik noem ze toverboontjes, want tijdens het koken verkleuren ze naar groen, helaas. Afijn, als je de peulen van de bonenplant niet opeet, groeien ze door. Dan groeien de kleine zaadjes, die keurig op een rijtje in de peul verstopt zitten, uit tot bonen. We noemen ze ‘droogbonen’ maar vers zijn ze ook heerlijk zoals de tuinboon en de doperwt. De bekendste ‘droogbonen’ zijn witte bonen, bruine bonen, en kapucijners maar ik wil alleen mooiere soorten zoals de borlotti- of kievitsboon (Phaseolus vulgaris) en het allemachtig prachtige ‘blauwe boontje’ (Phaseolus vulgaris ‘Tiger’s Eye’). Deze is helderblauw van kleur als de peul wel rijp maar nog niet verdord is. Dat is nog eens leuk boontjes doppen. Heerlijk om samen met kinderen of andere volwassenen te doen. Echt een feestje want steeds verrassen deze bonensoorten je met kleurenpracht: blauw of lila met vlekjes. Tijdens het drogen verkleuren ze zwart respectievelijk paars.

Wat ik trouwens het allermooiste van klimmende boontjes vind, dat zijn de ranken en de bloemen. Die elegante ranken reiken omhoog op zoek naar steun en slingeren zich dan vol overgave om de bonenstaak heen. Als danseressen ranken ze sierlijk tot de kenmerkende pijpenkrullen. Bonenballet. Ook de bloemen van de boon zijn allemachtig mooi en hierbij is de pronkboon (Phaseolus coccineus) mijn lieveling vanwege de vuurrode kleur. De pronkboon heeft trouwens ook bonen om te pronken: paars-roze met zwarte vlekjes. Vers gekookt het allerlekkerst maar ook te drogen en dan goed houdbaar. Mijn ideaal zou zijn, om die bamboestokken te vervangen door een bouwsel van meer natuurlijk ogende noestige staken van snoeihout. Dat is me trouwens nog nooit gelukt.

Alle eetbare bonensoorten geven ook eetbare bloemen. Naast dat ze prachtig op je maaltijd shinen, smaken ze ook nog eens heerlijk: als een vers doperwtje. Maar pas op: als je te gulzig bent en alle bloemetjes opeet heb je in het najaar geen peulen om te oogsten en dus geen zaden voor het volgende jaar. Boontje komt om zijn loontje.

 (Column in LandIdee 5-2022 door Anna Koster) Klik hier voor meer LandIdee

Mijn tweede boek

 

Yes! Er komt nog een boek!  Mijn tweede boek komt komend voorjaar uit bij KNNV Uitgeverij. Waar het over gaat? Tsja, ik heb alleen maar verstand van eetbare bloemen dus dat is het onderwerp. Meer kan ik niet haha. Maar dit nieuwe boek gaat er totaal anders uitzien dan mijn eerste boek: het staat namelijk helemaal vol met tekeningen. Beeldcolumns. Hiernaast alvast wat voorbeelden. Een paar hoofdstukken met algemene info over eetbare bloemen, een paar columns en tips om zelf aan de slag te gaan in je tuin of op je balkon, ben ik nu aan het schrijven.

In 2021 heb ik elke week een eetbare bloem getekend. Meestal uit mijn eigen tuin. Ik teken de specifieke eetbare bloemsoort en schrijf er de naam en informatie over toepassingen en serveertips bij. Vervolgens leg ik de echte bloem(en) erop en maak dan een foto. Hierdoor ziet de beeldcolumn er driedimensionaal uit. Bijkomend voordeel is dat het heel duidelijk is over welke bloem het gaat. Best belangrijk want je kunt niet alle bloemsoorten eten. Sommige bloemsoorten kun je namelijk slechts één keer eten :-/.

Het leven gaat niet altijd over rozen.  Ook niet in mijn leven. Het ging een tijdje niet zo goed met mij. Daarom begon ik (weer) te tekenen en te schilderen. Eetbare bloemen natuurlijk. Als ik met mijn neus boven mijn tekening hang, vergeet ik namelijk alles om me heen. Heerlijk. Ik word blij van de bloemen en van de kleuren; het geeft me energie. Dus gaf ik mezelf begin 2021 de opdracht om elke week een eetbare bloem te tekenen. Bovendien was ik nieuwsgierig of er wel 365 dagen per jaar, eetbare bloemen te plukken zijn. Het antwoord is ja! Maar ik smokkel wel een paar keer. Er staan twee voorbeelden van kamerplanten met eetbare bloemen tussen. Die bloeien namelijk midden in de winter. Hoe leuk is het om dan eetbare bloemen uit je eigen vensterbank te oogsten!

Maar nu heb ik jouw hulp nodig want we hebben nog geen titel voor het boek. Wel wat ideetjes; wat vind je van: ‘Eetbare bloem van de week’ of  ‘Het hele jaar FLEURIGE EN EETBARE NATUUR’ of ‘Elke week een BLOEM op je bord’ of ‘365 dagen EETBARE BLOEMEN op je bord’? Of heb je nog een beter idee? Stem via Facebook, Instagram of LinkedIn en maak kans op een gratis exemplaar plus een uitnodiging voor de boekpresentatie!

Heb je mijn eerste boek Bloemen met Smaak nog niet? Het is bijna overal uitverkocht maar ik heb er gelukkig nog een paar dozen van staan:-) Bestel het hier voor jezelf of geef het aan iemand cadeau!

Fleurige ontdekkingsreis

Fleurige ontdekkingsreis (Column in LandIdee 3-2022)

Het is zomer 1990 en ik zit op een kussentje op de zacht geurende matten van rijststro in een restaurant in Tokyo. Er klinkt sfeervolle muziek: een snaarinstrument samen met gezang. Een serveerster in kimono zet voorzichtig de stijlvol opgemaakte borden op tafel. Een visgerecht met dungesneden, opgerolde komkommer met daar omheen geschikte kleurige confetti van bloemblaadjes: anjer (Dianthus), vlambloem (Phlox) en versnipperde rozenblaadjes. Zo verfijnd en zo sfeervol; ik ben betoverd. Ik ben in Tokyo om bloemschiklessen te verzorgen aan bloemisten in opleiding maar dit is schikken met bloemkleuren en -smaken op een bord. Eetbare bloemen. Het is een dimensie van bloemen waarvan ik het bestaan niet wist. Wat een ontdekking. Ik ben 28 jaar en beleef mijn eerste eetbarebloemendiner. Dat smaakt naar meer.

Lees meer