Tag Archief van: bananenbrood

Slow Flowers

Slow Flowers

Mijn moeder zet de televisie pardoes, midden in het programma uit. ‘Ik heb ook geen tijd om zomaar televisie te kijken’ zegt ze. ‘En nu aan je huiswerk!’ ‘Dat heb ik al af’, lieg ik. ‘Dan werk je maar vooruit, hup naar boven jullie.’ Boos stamp ik samen met mijn zus de trap op om echt niet aan ons huiswerk te gaan. Je tijd nuttig besteden, snel en efficiënt werken, het is me met de paplepel ingegoten. Mijn ouders hadden een kwekerij met o.a. tulpen, bloemkool, kruiden en perkplanten en ook de eigen kinderen moesten altijd aan de bak. Iedereen werkte hard in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw.

In de jaren negentig, toen ik in het groene onderwijs was beland en nog steeds in de hoogste versnelling stond, ontdekte ik de slow beweging. The Slow Movement is een pleidooi voor langzamer leven. Voor mij was dat ‘slowen’ echt een verademing. Vertragen, daar had ik nog nooit van gehoord. Ik ontdekte dat alles wat je langzamer doet, meer kwaliteit krijgt. Door minder fouten creëer je meer rust en meer ontspanning. Als een missionaris predikte ik vervolgens de leer van het slowen. Het boek ‘Slow’ heb ik aan veel vrienden cadeau gegeven maar zelf had ik het natuurlijk het meeste nodig. En nog. Ik ben het slowen nog steeds aan het leren. Regelmatig betrap ik mezelf op haastig te lunchen terwijl ik een vrije dag heb. Eigenlijk ben ik vrij hopeloos. Ik bak er niks van.

De internationale Slow Food Movement, die streeft naar goed voedsel dat duurzaam is geproduceerd tegen een eerlijke prijs, is in 1989 opgericht. Nederland heeft zelfs een enthousiaste jeugdafdeling met een academy, waar ik helaas te oud voor ben. Maar er is nog zoveel meer uit te proberen en te leren op slow gebied: slow reading, slow work en misschien heb je wel eens gehoord van slow sex? Daar ben je nooit te oud voor en ik kan het van harte aanbevelen.

Voor mij als eetbare bloemenexpert is het netwerk Slow Flowers, in 2019 opgericht, natuurlijk het meest interessant. De leden van Slow Flowers zijn ruim 50 biologische bloementelers, pluktuinen en zo’n 10 detailhandel bedrijven. Je kunt veilig snoepen van de eetbare bloemensoorten zoals dille, dahlia’s, chrysanten, koriander en zonnebloemen. Heb je wel eens zo’n klein bloemetje van de sierui geproefd? Een smaakexplosie van pure natuur. De biologische seizoensbloemen van Slow Flowers krijgen alle tijd om te groeien en worden lokaal verkocht. Dat wil toch iedereen, zou je verwachten.

Maar de meeste mensen denken (nog helemaal) niet na over de herkomst en opkweek van hun kamer-, tuinplanten en het wekelijkse bosje bloemen op tafel. Gelukkig timmert Slow Flowers flink aan de weg dus de bedrijven zijn door hun informatieve website goed te vinden. Mooie stappen worden er hiermee gemaakt. Maar waarom komt het besef over mooie schone duurzame bloemen bij het grote publiek zo traag en sloom? Waarom, beste mensen, kan dat nou niet wat sneller? Schiet toch eens op met die Slow Flowers. Hup.

 (Column in Stadstuinieren 2-2023 door Anna Koster) Klik hier voor meer Stadstuinieren

In ‘Elke week bloemen op je bord’ heb ik naast de 52 eetbare-bloemen-beeldcolumns ook per seizoen een column geschreven:-)

Lang leve de merel

Tijdens het koffie maken, in de keuken, kijk ik uit het raam. Ik zie een specht in het vogelbadje. Na het badderen vliegt de specht in de sierappelboom en schudt de veren even uit. Zo leuk. Vogels in de tuin zijn een genot om naar te kijken. Spreeuwen, boomklevertjes, winterkoninkjes, eksters, kauwtjes, heggenmusjes, tortelduifjes, ADHD-koolmezen, spechten en ook merels zijn regelmatig in mijn tuin te spotten. Ik hou van (bijna) alle vogels maar extra veel van merels en niet alleen omdat ze zo mooi kunnen zingen.

Precies 25 jaar geleden kwam ik hier wonen met mijn gezin en plantte (sier)kersen, (sier)appeltjes, perenbomen en kroosjespruimen in de toen nog lege tuin. Verder nog vele meters hagen, frambozen, bramen, botanische rozenstruiken, blauweregen, krentenboompjes, klimop en ander lommerrijk groen. Een oase van groen en niet voor ons alleen. Ook voor vele vogels zijn er nu volop heerlijke plekjes om te schuilen, te nestelen en te foerageren. Zo heb ik een grasveldje dat vol madeliefjes en paardenbloemen staat (die ik zelf oogst om op te eten). Daar hoppen vaak merels in de rondte om er lekkere vette wormen te scoren.

De merels zijn ook gek op mijn eetbare bloementuin. Opvallend vaak zie ik ze rondhuppen in mijn heerlijke bloemenjungle. Ze zijn mijn fans. Komt het door het mooie tuinontwerp dat lijkt op een halve ronde bloem? Komt het door het mooie afwisselende assortiment van kleurige en fleurige soorten eetbare bloemen? Of komt het door de mulch die ik op de aarde strooi? De merel houdt, net als ik, niet van een tuin met zwarte aarde. Ik observeer de merels of ze ook zo graag bloemen lusten als ik. En welke dan hun favorieten zijn. Maar nee. Ze kijken niet eens naar mijn eetbare bloemen. Geen moment. Ze hippen en wroeten de hele tijd alleen maar tussen de planten door. Nou ja, dat is ook wel prima want zo blijft de mulch-laag mooi luchtig. Helaas gooien de merels de rommel wel steeds op mijn paadjes. Dat is dan weer een beetje jammer.

Vijf jaar geleden hebben we mijn eetbare bloementuin aangelegd. De eerste jaren had ik veel last van slakken. Ik leer natuurlijk slow te zijn van die slakken, wat heel nuttig is voor mij, maar ze zijn verschrikkelijk als ze met tèveel zijn. Ik raap ze op, bedank ze voor hun wijze lessen, verzamel ze in een grote pot en breng ze voor een welverdiende vakantie naar de Beemster. Dit jaar heb ik echter bijna geen slakken. Komt dit misschien door het droge voorjaar? Nee, want ik hoor andere tuineigenaren wel klagen over slakken. Is er sprake van een natuurlijk evenwicht? Er loopt soms een egeltje in de tuin. En spitsmuisjes. Beide zijn dol op huisjesslakken. Maar wat doen die merels toch de hele tijd tussen mijn planten? Vinden ze daar soms wormen, torretjes en spinnetjes? Wat eten merels eigenlijk? De website van de vogelbescherming geeft me het antwoord. Merels zijn verzot op naaktslakken. Haleluja. Lang leve de merel.

 (Column in Stadstuinieren 4-2022 door Anna Koster) Klik hier voor meer Stadstuinieren

Je eigen boontjes doppen

SONY DSC

Het spreekwoord ‘ieder moet zijn eigen boontjes doppen’ is slechte reclame voor de boon. Zelfstandig zijn, is natuurlijk wel een kwaliteit maar anderen niet tot last mogen zijn, vind ik erg streng en calvinistisch. Is om hulp vragen niet juist een kwaliteit? Zelf ben ik chronisch stoer en nog steeds aan het oefenen om het calvinisme te verbannen en ‘gewoon’ hulp te vragen. Dat kan voor de vrager maar ook voor de helper zelfs leuk zijn. Juist bij het doppen van boontjes. Want boontjes doppen is een heerlijk karweitje om samen te doen.

Eerst even een bonenlesje. De teelt begint met het zaad wat dus een boontje is. Vrij snel na het zaaien (na half mei) zie je de eerste twee kenmerkende symmetrische blaadjes. De jonge plant groeit prachtig slingerend omhoog. Na een paar weken komen de geinige bloemetjes al en na bevruchting, de peulen. Soms eten we deze peulen als groente, bijvoorbeeld bij peultjes(!), sperziebonen, snijbonen en kousenband. Misschien ken je ook die geweldige donkerpaarse sperziebonen? Ik noem ze toverboontjes, want tijdens het koken verkleuren ze naar groen, helaas. Afijn, als je de peulen van de bonenplant niet opeet, groeien ze door. Dan groeien de kleine zaadjes, die keurig op een rijtje in de peul verstopt zitten, uit tot bonen. We noemen ze ‘droogbonen’ maar vers zijn ze ook heerlijk zoals de tuinboon en de doperwt. De bekendste ‘droogbonen’ zijn witte bonen, bruine bonen, en kapucijners maar ik wil alleen mooiere soorten zoals de borlotti- of kievitsboon (Phaseolus vulgaris) en het allemachtig prachtige ‘blauwe boontje’ (Phaseolus vulgaris ‘Tiger’s Eye’). Deze is helderblauw van kleur als de peul wel rijp maar nog niet verdord is. Dat is nog eens leuk boontjes doppen. Heerlijk om samen met kinderen of andere volwassenen te doen. Echt een feestje want steeds verrassen deze bonensoorten je met kleurenpracht: blauw of lila met vlekjes. Tijdens het drogen verkleuren ze zwart respectievelijk paars.

Wat ik trouwens het allermooiste van klimmende boontjes vind, dat zijn de ranken en de bloemen. Die elegante ranken reiken omhoog op zoek naar steun en slingeren zich dan vol overgave om de bonenstaak heen. Als danseressen ranken ze sierlijk tot de kenmerkende pijpenkrullen. Bonenballet. Ook de bloemen van de boon zijn allemachtig mooi en hierbij is de pronkboon (Phaseolus coccineus) mijn lieveling vanwege de vuurrode kleur. De pronkboon heeft trouwens ook bonen om te pronken: paars-roze met zwarte vlekjes. Vers gekookt het allerlekkerst maar ook te drogen en dan goed houdbaar. Mijn ideaal zou zijn, om die bamboestokken te vervangen door een bouwsel van meer natuurlijk ogende noestige staken van snoeihout. Dat is me trouwens nog nooit gelukt.

Alle eetbare bonensoorten geven ook eetbare bloemen. Naast dat ze prachtig op je maaltijd shinen, smaken ze ook nog eens heerlijk: als een vers doperwtje. Maar pas op: als je te gulzig bent en alle bloemetjes opeet heb je in het najaar geen peulen om te oogsten en dus geen zaden voor het volgende jaar. Boontje komt om zijn loontje.

 (Column in LandIdee 5-2022 door Anna Koster) Klik hier voor meer LandIdee

Fleurige ontdekkingsreis

Fleurige ontdekkingsreis (Column in LandIdee 3-2022)

Het is zomer 1990 en ik zit op een kussentje op de zacht geurende matten van rijststro in een restaurant in Tokyo. Er klinkt sfeervolle muziek: een snaarinstrument samen met gezang. Een serveerster in kimono zet voorzichtig de stijlvol opgemaakte borden op tafel. Een visgerecht met dungesneden, opgerolde komkommer met daar omheen geschikte kleurige confetti van bloemblaadjes: anjer (Dianthus), vlambloem (Phlox) en versnipperde rozenblaadjes. Zo verfijnd en zo sfeervol; ik ben betoverd. Ik ben in Tokyo om bloemschiklessen te verzorgen aan bloemisten in opleiding maar dit is schikken met bloemkleuren en -smaken op een bord. Eetbare bloemen. Het is een dimensie van bloemen waarvan ik het bestaan niet wist. Wat een ontdekking. Ik ben 28 jaar en beleef mijn eerste eetbarebloemendiner. Dat smaakt naar meer.

Lees meer

Spierballentaal

Spierballentaal (Column in Stadstuinieren 3-2021)

Ik hoop dat ik niet zo iemand ben die maar blijft praten over haar favoriete onderwerp. Dat ik iedereen steeds over eetbare natuur en eetbare bloemen vertel terwijl er eigenlijk al niemand meer luistert. Het is enthousiasme natuurlijk, en mijn missie. Maar zo gênant. Dat wil je voorkomen. Toch?

Lees meer

Beeldcolumn Uitje

 

Ook zo’n zin in een uitje? Alle (sier)uitjes (Allium) zijn eetbaar en ze smaken allemaal ietsjes anders. Zelf ben ik een grote uienelan want elk apart klein bloemetje geeft een smaakexplosie op je tong! 

Als je het een beetje slim aanpakt kun je het hele seizoen; dus vanaf maart tot en met ongeveer eind oktober bloeiend uitjes in je tuin hebben. Er bestaan namelijk wel zo’n 1000 soorten Allium! Er zijn natuurlijk de bekende groente soorten zoals de prei, ui, knoflook maar ook prachtige sieruitjes in allerlei kleuren en ook vele charmante wilde soorten. 

Zaaien de uitjes zich teveel uit in je tuin?  Dan eet je ze toch gewoon op? Graaf ze met bolletje en al uit de tuin en maak er een heerlijk uiensoepje van; if you can’t beat it, EAT it:-). De bolletjes, het blad, de bloemen en de zaadjes zijn allemaal eetbaar en smaken heerlijk.

Vind je dit leuk? Dan is mijn boek Bloemen met smaak  echt wat voor jou! Hier staat de familie ui uitgebreid in beschreven, compleet met recepten erbij. Koop het lekker voor jezelf of geef het cadeau aan iemand die van natuur, gezelligheid en lekker eten houdt. je krijgt er GRATIS een startpakketje Bloemen met SMAAK bij zodat je de rest van je leven eetbare bloemen in je tuin of op je balkon kunt kweken. 

 

Mijn ultieme florale droom

Mijn ultieme florale droom (Column in Stadstuinieren 2-2021)

Het is een vrijdagmiddag in maart en ik klap mijn laptop dicht. Jas aan muts op. Het weekend is begonnen en ik fiets naar de bloemist in mijn dorp. Met vijf bossen prachtige tulpen, nog krakend van versheid, in mijn armen kom ik buiten. Ik steek mijn neus in de bos, snuif de frisse tulpengeur op en zet ze in mijn fietstas. Opgewekt fiets ik naar huis met mijn biologische buit natuur. Ik krijg een hagelbui op mijn kop maar het kan me niks schelen. 

Lees meer